NFF2003

26-September


 

26 september 2003

Vandaag stonden de films: Meisje, Liever Verliefd en Zusje op het programma; tenminste  als ik het zou halen want er stond ook nog een interview met de hoofdgast van het festival op het program.

Meisje, gaat over een een pubermeisje dat naar de grote stad gaat, omdat ze denkt dat daar alles beter is. Heel klassiek. Ze is aan het solliciteren voor een baan bij het museum en huurt een appartement in Brussel. Echt afscheid neemt ze niet van haar vader en moeder. Maar de grote stad heeft flinke verrassingen voor haar in petto en leert haar ook beslissingen te nemen.

Wat ik zo mooi vond was dat er een aantal ‘meisjes’ waren in de film. Niet alleen de hoofdrolspeelster, maar ook haar moeder, en haar huisbaas. Allemaal mensen die moeite hebben met beslissingen nemen, kiezen.

Prachtige ontroerende slotscène!

Liever Verliefd, is een film over een vrouw die besloten heeft nooit meer verliefd te worden; ze heeft er genoeg van. Ze krijgt twee relaties en besluit beide mannen te behandelen zoals ze denkt dat mannen vrouwen behandelen. Ze zet beiden op een gegeven moment voor het blok, maar vreemd genoeg is het resultaat anders dan gepland!

Mooie scènes waarin Miryanna van Reeden scoort met voetballen en haar shirt over haar hoofd trekt. Als de kinderen met een vragend gezicht haar aankijken, zegt ze: 75B!

Leuk ook de tegenpolen Chris Zegers en Romijn Conen.

Het is natuurlijk een verhaal met een happy end, maar de details zijn toch wel verrassend.

Zusje gaat over Martijn die in Londen heeft gewoond naar Amsterdam komt om het leven van zijn zusje, Daantje, te verfilmen. Hij doet dit heel indringend met een videocamera en gaat heel ver. Hij gaat door waar de meeste homevideo’s stoppen. Maar hij blijkt ook nog een andere missie te hebben en dat is zijn zusje iets te laten zien. Geweldige film.

Mooie scène die ik deelde met Ronald Giphart als Ramon de camera tongzoent! Gewoon een film over mensen die het leuk hebben in eerste instantie.

Na afloop nog een verrassing want Ronald Giphart had een interview met de regisseur Robert Jan Westdijk.

Zo kwamen te weten dat de film is gefinancierd is met onder andere Albert Heijn bonnetjes, op voorwaarde dat de naam Albert Heijn geen moment in beeld zou komen.

De stem van Martijn is niet de écht stem, want zodra Martijn voor de camera kwam, kwam dit niet overeen. De stem is die van Hugo Metsers III en let wel, hij heeft alles in twee dagen opgenomen. Dat de film op speciaal videoformaat is gemonteerd is bekend. De regisseur zei het niet met zoveel woorden, maar het feit dat de film is gemonteerd in Denemarken in 1995, moet een aantal mensen aan het denken zetten! 

Op mijn zoektocht in het festivalpaviljoen naar de ruimte waar het interview zou plaatsvinden, zag ik daar ineens Jan Decleir staan in hoogsteigen persoon. In de doorgang heb ik gevraagd of ik een foto mocht maken en de heer Decleir antwoordde: “wel ja”.

 

In de ruimte heb ik plaatsgenomen op de eerste rij, zodat een aantal mensen dachten dat ik bij het gezelschap hoorde: "Kikken!" 

Achter mij zag ik dat Willeke van Ammelrooij aanschoof en de regisseur Maarten Treurniet (De Passievrucht) zat een paar stoelen van mij verwijderd.

Hans Beerekamp nam het interview af en het ging heel relaxed, maar de heer Decleir oogde wat vermoeid.

Zijn biografie werd doorgenomen en ook werd er een vraag gesteld over het project dat nu wordt gemaakt. Decleir antwoordde dat hij wel zou zien hoe het eruit zou zien.

"Zou het mooi zijn, dan zou hij het koesteren, zou het lelijk zijn, dan zou het ritueel worden verbrand!"

Jan Decleir komt uit Brasschaat, bij Antwerpen uit een gezin met vijf kinderen en is katholiek opgevoed. Jan’s broer Dirk was bij het theater: “dat was zijn ding”! Toen Dirk heel vroeg bij een auto-ongeluk is overleden, is Jan in de voetsporen van Dirk getreden. Dirk was de rebel en Jan de zogenaamde schaduwrebel.

Op de Academie van Herman Teirlinck heeft Jan het vak geleerd. Teirlinck was adviseur aan het koninklijk hof en Decleir’s voorbeeld.

Eigenlijk was Jan een moederskindje die nooit buiten het grote Brasschaat was geweest en altijd beschermd is geweest. Dat was over op de Academie. Hier moest hij niet tonen maar zijn!

Op de vraag hoe hij zich inleefde in ‘slechte’ rollen, antwoordde hij: dat in ieder mens ‘iets slechts’ zit. En als dat nodig is haal je dat naar boven voor een dergelijke rol. “Wat een rotvent was die Dreverhaven, bijvoorbeeld!”

Het volgende voorbeeld is Hugo Claus. Op de vraag of er in België veel mensen kwamen kijken naar zijn werk, antwoordde Decleir: Nee, er komt niemand! Maar hij is een monument; iedereen koestert hem.

Er werden een aantal scènes naar voren gehaald, maar Decleir herinnerde zich er niets van. Willeke had hem verteld over hoe ze samen de film ‘Quand le loup…’ hadden gemaakt, maar Decleir kon zich er niets van herinneren.

Nu is dat niet vreemd want in deze korte film speelt Willeke een vrouw die de aandacht probeert te trekken van twee mannen, waaronder Decleir, maar ze hebben geen aandacht voor haar, wat ze ook probeert. Zelfs als ze haar truitje uittrekt en in haar blote borsten tegenover de mannen zit, komt er geen enkele reactie!

In een aantal stukken die rondgaan over Jan Decleir wordt vermeld dat hij een rol zou benaderen als een stuk marmer, maar wederom staat er een groot vraagteken op het voorhoofd.

Ook wordt het vraagstuk aangesneden of hij niet liever zelf zou regisseren, maar Decleir is een man die liever ‘iets doet in andermans dingen’.

Tenslotte wordt de passie aangesneden van ‘schilderen’. “Schilderijen zijn als liefdesbrieven, om je lief laten weten dat je er bent”.

Sinds ongeveer zeven jaar is Decleir ook aan het reizen geslagen. Hij vertelt van zijn avontuur in Sint Petersburg.

Als het stilvalt, zegt Decleir ineens dat hij eigenlijk geen problemen heeft; een mooie afsluiting!

 

   

terug naar de special